Andere Namen:
Lemon Spotted Green Pleco, Green Pleco, L200


Wetenschappelijke Naam:
Baryancistrus demantoides (Werneke, Sabaj & Lujan, 2005)


Gebied van origine:
Zuid Amerika: bovenloop van de Rio Orinoco, van Minicia tot aan de Rio Ventuari en de Rio Ventuari, grensgebied Venezuela en Colombia.


Maximale Grootte:
Ongeveer 20cm.


Aquarium:
Deze middelgrote meerval geeft de voorkeur aan een gedimd aquarium met veel schuilplaatsen, in de vorm van planten, kienhout, rotsen en/of kunstmatige grotten. Om meerdere exemplaren van deze soort te houden, of om deze soort samen met andere bodembewoners te houden, is een aquarium van 120x50cm. of groter vereist, aangezien de soort vrij territoriaal kan zijn. Bij een gebrek aan geschikte schuilplaatsen of te weinig ruimte kan de Green Phantom Pleco zich bijzonder agressief tegenover andere bodembewoners gedragen. Indien het de enige bodembewoner in het aquarium is, is een aquarium van 100x40cm. voldoende, alhoewel een aquarium van 120cm. ideaal is. Jonge exemplaren kunnen probleemloos tijdelijk in kleinere aquaria gehouden worden, zolang er maar voldoende schuilplaatsen aanwezig zijn.
Deze soort vereist warm en zeer zuurstof-rijk water, bij voorkeur zacht en licht zuur tot neutraal qua samenstelling. Ook een flinke hoeveelheid stroming wordt gewaardeerd. Een sterk filter is belangrijk, aangezien deze vis veel afvalstoffen produceert.


Temperatuur:
15°C 25-30°C 35°C


pH:
5.0 5.5-7.5 9.0
 Ideale omstandigheden
 Geschikte omstandigheden
 Ongeschikte omstandigheden


Dieet:
Gezien de grote zuigbek, bezet met vele zeer kleine tanden, is deze soort een zogenaamde "Aufwuchs"-eter. Aufwuchs is de organische laag, deels plantaardig, deels bestaande uit kleine organismen (schaaldiertjes, zoetwater-sponzen, kleine insecten, insecten-eieren en -larven, en plankton), die op zich over tijd onder water bevindende oppervlakken vormt, en welke door deze harnasmeerval wordt afgegraasd.
Eenmaal geacclimatiseerd is de Green Phantom Pleco overigens verder weinig kieskeurig, en zal hij zich in de meeste gevallen zowel vleesvoer (muggenlarven, bloedwormen, tubifex, artemia, etc.) als plantaardig voer (geblancheerde groenten, tabletten, algen, en, tot verdriet van veel aquarianen, ook aquarium-planten) voeden. De nadruk zal op groenvoer moeten liggen, aangezien dat dichter bij het natuurlijke dieet aansluit, en omdat een te proteine-rijk dieet tot spijsverteringsproblemen, verstoppingen en zelfs de dood kan leiden.


Temperament:
Geschikt voor een gezelschapsaquarium, maar kan erg agressief zijn tegen andere harnasmeervallen, andere Green Phantoms in het bijzonder. Deze soort is namelijk redelijk territoriaal: het vinden en behouden van grotten, geschikt voor het bouwen van een nest, is meestal de steen des aanstoots. Meer dan één L200 in een krap aquarium of in een aquarium met te weinig adequate schuilplaatsen kan resulteren in de dood van een of meer vissen, ofschoon ze in een ruime bak met veel decoratie wel degelijk samen te houden zijn.


Opmerkingen:
Baryancistrus-soorten zijn berucht vanwege de moeilijkheidsgraad van acclimatisatie: een aanzienlijk deel - bij sommige soorten meer dan 50% - van de geïmporteerde exemplaren uit dit geslacht sterft gedurende de eerste maand in gevangenschap vanwege stress en ondervoeding. Een ander probleem van recentelijk ingevoerde exemplaren is de aantasting van de bacteriële darmflora, die is verstoord geraakt door transport (met als gevolg spijsverteringsproblemen en een sterk verminderde opname van, juist gedurende de eerste weken, extreem belangrijke voedingsstoffen). In winkels aangeboden vissen moeten minimaal een aantal weken in quarantaine hebben gezeten bij de importeur/handelaar om redelijke overlevingskansen te kunnen garanderen. Bij vissen met ingevallen ogen en buik is dit niet het geval, en de dieren zullen helaas vaker dan niet binnen een paar weken sterven.
Eenmaal thuis dient deze vis nogmaals gedurende een aantal weken in een quarantaine-aquarium gehouden te worden om het dier rustig te laten wennen aan een leven in gevangenschap en de locale waterwaarden. Ook moet gedurende deze periode bekeken worden of de Meerval goed eet: in het aquarium moeten dan - afhankelijk van het geboden voedsel - rood tot donkerbruin gekleurde dunne, solide slierten ontlasting (door hobbyisten ook wel spaghetti's genoemd) terug te vinden worden, als teken dat het dier het voedsel eet. Daarnaast kan zo bepaald worden welke soorten voedsel wel en welke niet aangenomen worden. Eet de vis eenmaal goed, is hij actief en alert, en ziet er gezond uit (goede kleuring, bolle buik, licht uitpuilende, heldere ogen), dan kan hij worden overgeplaatst naar een groter aquarium.
Maar daar houden de problemen niet op: hoe kwetsbaar Baryancistrus-soorten ook zijn gedurende de eerste weken, eenmaal geacclimatiseerd is het vaak een heel ander verhaal. Zodra de vis eenmaal aan zijn nieuwe omgeving is gewend zal deze een territorium claimen, en deze ook verdedigen tegen indringers. Met name soortgenoten worden niet geduld, maar ook andere bodembewoners kunnen het zwaar te voorduren krijgen. Gevechten kunnen behoorlijk hevig zijn, en in sommige gevallen is het aan te raden de vis apart te zetten, om zo onnodige stress en verwondingen te voorkomen. Maar met behulp van voldoende schuilplaatsen en het verbreken van zichtlijnen kan het territorium-probleem in de regel wel opgelost worden zonder dat het nodig is een of meer vissen te verhuizen.


Aanvullende informatie:
Deze soort staat onder hobbyisten bekend als L200 "Hi-Fin": ten eerste vanwege zijn enorme rugvin, en ten tweede om een onderscheid te maken met de andere L200-variant met een 'normale' rugvin. Deze twee varianten worden in hetzelde gebied aangetroffen, en men ging er in eerste instantie vanuit dat het om een en dezelfde soort handelde. Maar in 2005 werd de L200 wetenschappelijk beschreven, en uit dat onderzoek kwam onder meer naar voren dat het om twee verschillende soorten gaat. De hier afgebeelde soort met de bijzonder hoge, haai-achtige rugvin is Baryancistrus demantoides, de soort met de normale rugvin is Hemiancistrus subviridis, welke meer verwant is aan de - tot op heden onbeschreven - L128 Blue Phantom Pleco (ook een Hemiancistrus-soort).





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"





Green Phantom Pleco "Hi-Fin"




Green Phantom Pleco "Hi-Fin"




Green Phantom Pleco "Hi-Fin"




Green Phantom Pleco "Hi-Fin"




Green Phantom Pleco "Hi-Fin"




Green Phantom Pleco "Hi-Fin"




Valid XHTML Strict 1.0